Brandstoffen
Er zijn diverse soorten biobrandstof, die een duurzaam alternatief vormen voor fossielen.

Biobrandstof - waarom?
In Europa is afgesproken dat in 2010 minstens 5,75% van het brandstofverbruik
in het verkeer, moet bestaan uit biobrandstof. Dat is ongeveer net zoveel
als er
nu in Nederland LPG gebruikt wordt. Men wil dat niet omdat
het goedkoper is,
maar omdat het beter is.
Beter voor het klimaat (broeikaseffect), voor de lucht die we inademen
(fijnstof),
voor de voorraden van aardolie en aardgas (afname na 2020) en om niet
zo afhankelijk te zijn van wispelturige landen die deze energiebronnen leveren
(Irak, Rusland).
Op wereldniveau is in 1997 middels het Kyoto-verdrag bepaald, dat we
minder CO-2
moeten uitstoten. Nederland heeft daartoe vele contracten gesloten in
binnen-en
buitenland. Dit is dringend nodig omdat door dit broeikasgas de aarde
opwarmt
en het klimaat verandert.
Voertuigen moeten daarom schoner worden, zuiniger rijden en duurzame
brandstof gebruiken. Om grote slagen te kunnen maken heeft de Nederlandse
overheid bepaald dat iedere brandstof-leverancier een jaarlijks oplopend percentage biobrandstof
moet verkopen. Dat kan worden bijgemengd in de fossiele benzine, diesel
of gas maar het
kan ook puur worden aangeboden.
Pure biobrandstoffen in benzine/LPG –en dieselvoertuigen veroorzaken
50% minder
CO-2 dan fossiele brandstoffen en dragen zo bij aan een beter milieu.
Ook is de uitstoot van fijnstof veel lager, van belang voor mensen die
veel werken en/of wonen in verkeersdrukke gebieden.
Nadelen zijn er ook
Concurrentie met de voedingsmarkt en milieubelasting door verbouwen
van de grondstoffen en het produceren van de brandstof, zijn de belangrijkste nadelen.
Dat geldt echter alleen deels voor de eerste-generatie- biobrandstoffen.
Maar, die zijn echt nodig om de geplande productie te halen en om de
biobased- economie op gang te brengen voor de veel gunstiger tweede-generatie-biobrandstof.
Natuurlijk zijn de huidige bio’s schoner dan de fossielen. Want
bijvoorbeeld al die olierampen op zee en de gezonken of gedumpte olietankers
moeten in de milieubalans worden meegenomen.
Biobrandstoffen blijken een kans voor de landbouw in westerse landen
die met enorme (gesubsidieerde) overschotten zitten en het is een grote
impuls voor arme landen, waar landbouwgronden nu braak liggen of weinig
opbrengen door onderbenutting. Verwoestijning kan worden tegengegaan
met Jathropha-planten die arme boeren schone energie en inkomsten leveren.
Wel moet dat zorgvuldig gebeuren om misbruik te voorkomen. Daarom zullen
er de komende jaren regels voor (sociale) duurzaamheid worden opgesteld
waar biobrandstoffen internationaal aan moeten voldoen.
Kijk op www.greenpeace.nl
hoe ander consumentengedrag en gericht overheidsbeleid voor een “energieomslag”kunnen
zorgen. Vergelijk zelf met de rapporten van Ecofys en CE.