Brandstoffen

Er zijn diverse soorten biobrandstof, die een duurzaam alternatief vormen voor fossielen.

Overige biobrandstoffen

Er zijn enkele producten te noemen die veel potentie hebben als biobrandstof, maar nog niet op grote schaal (kunnen) worden geproduceerd of niet zo in beeld zijn als pure brandstof.
Daarbij is wel te bedenken dat de auto van de toekomst over zo’n twintig jaar wellicht nog zelden een verbrandingsmotor heeft, maar meestal (4) elektromotoren. Zie voor meer informatie hierover onder andere www.e-traction.com

Biomethanol
Eigenlijk zou biomethanol ook als één van de belangrijke biobrandstoffen hierboven genoemd moeten worden. Het wordt echter nog nauwelijks in pure vorm ingezet als brandstof. Het kan onttrokken worden uit kolen en aardgas, maar dus ook uit biomassa. Door vergassing van biomassa kan synthesegas worden gewonnen (een mengsel uit  koolmonoxide en waterstof)  dat in methanol kan worden omgezet. Ook kan het worden gemaakt van glycerol, een substantie die bij het maken van biodiesel vrij komt
Tegelijk is het ook weer nodig voor het maken van biodiesel. Het wordt veel gebruikt om lijmen van te maken voor houtsoorten als MDF en spaanplaat. En het vormt de basis voor de minder schadelijke moderne drijfgassen (dimethylether, zie hieronder), harsen en oplosmiddelen. Het is de simpelste alcohol en heeft niet als nadeel dat het ook voor voedings-en genotsmiddelen wordt gebruikt, want het is giftig. En omdat het, als bouwsteen voor de chemie,  voor zoveel groene doeleinden te gebruiken is, krijgt het mogelijk te weinig kans om als pure biobrandstof een flink marktaandeel te verwerven. Terwijl het nog beter dan waterstof als goedkope en zeer groene brandstof voor elektrische auto’s kan worden gebruikt. Door de lagere energiewaarde, is er wel veel van nodig.

Cellulose-ethanol
Dit is ethanol gemaakt uit houtachtige bestanddelen van gewassen. Het is een tweede-generatie-bioethanol die over een aantal jaren op de markt zal komen. Zowel in kosten als milieubelasting is het veel gunstiger dan de huidige bioethanol. Ook omdat het niet concurreert met de voedingsmarkt en de grondstoffen uit duurzaam bosonderhoud en tuinafval kan worden gemaakt. Uit de biomassa van allerlei soorten hout, stro etc., wordt de suikerachtige hemicellulose  gehaald. Nadat enzymen er de cellulose uit verwijderen, blijft er lignine over. Daar kan men ethanol van maken, vanwaar het ook wel lignocellulose-ethanol wordt genoemd. 
In gebruik werkt het net als het huidige bio-ethanol.

Bio-FTdiesel
Ook dit is een tweedegeneratie-biobrandstof. De FT staat voor diesel uit biomassa die middels het Fisher-Tropsch procédé wordt vervaardigd, genoemd naar de twee uitvinders die dit in 1923 ontwikkelden. Een synthese gas uit vergaste biomassa komt na reiniging en bewerking in een FT-reactor die het in gas omzet welke in vloeibare vorm tot diesel of benzine kan worden gevormd.
Het kan met minimale aanpassingen in gewone verbrandingsmotoren worden gebruikt, is in milieu-effect veel gunstiger (minstens 80% minder CO-2 dan fossiele diesel) en goedkoper dan de huidige biodiesel.  
Al over een paar jaar zal het commercieel worden geproduceerd. Hoe snel het dan als pure brandstof te koop is moet blijken.

DME-dimethylether
Zoals hierboven al aangegeven wordt het gemaakt van biomethanol. Het is geschikt als vervanger voor diesel omdat het geen vonkontsteking nodig heeft. Het aanpassen van de dieselmotoren is vrij simpel. De leidingen en afdichtingen moeten worden vervangen omdat de meeste kunststoffen en rubbers er niet tegen bestand zijn. Door de lagere energie-waarde die ongeveer de helft is van diesel, is er veel van nodig, vanwaar het onder 9 bar druk in een soort  LPG-tank wordt opgeslagen. Er zijn dus wel de nodige aanpassingen nodig die echter terugverdiend kunnen worden.